Hebben baby’s en peuters vrienden?

Hoe kan je het aanbod voor baby’s en peuters rijker maken? Het boek Babykunde presenteert een aantal recente bevindingen uit gespecialiseerd onderzoek. Het biedt een werkwijze aan om na te denken over pedagogische keuzes. Met behulp van een cyclus van reflecteren, observeren en uitproberen gaan we na hoe de onderzoeksresultaten kunnen helpen om interacties met baby’s en peuters te verrijken.

Vriendschappen van baby’s en peuters

Wie dagelijks met jonge kinderen werkt, heeft vast al gezien dat er relaties tussen kinderen ontstaan. Of dit vriendschap is, is in een gesprek met jonge kinderen moeilijk te ontdekken, maar het idee dat kinderen alleen dingen ondervinden waarover ze kunnen vertellen is achterhaald. Iedereen kan zien dat er kinderen zijn die spontaan elkaars gezelschap opzoeken en daar waarde aan hechten.

Jonge kinderen die bevriend zijn zoeken elkaars gezelschap op, tonen affectie en spelen bij elkaar in de buurt ook al spelen ze niet met hetzelfde. Ze kunnen vaak ook beter samenspelen, hun spel is meer op elkaar afgestemd. Bovendien biedt de vriendschap ook een veilige basis om met conflict om te gaan. Vrienden kunnen dus vaak ook beter ruziemaken, maar als een ander kind iets komt afpakken of pijn doet, dan zullen vrienden elkaar beschermen. Vrienden helpen en troosten elkaar en vinden het gemakkelijker om met elkaar te delen dan met andere kinderen. Kortom, ze verkiezen elkaar boven iemand anders.

Al van jongs af aan zoeken baby’s contact met leeftijdsgenoten. Ze kijken naar elkaar, lachen samen, raken elkaar aan. Ze doen dit met eender welk kind en iedereen die reageert is op dat moment een speelkameraad. Vanaf hun eerste verjaardag beginnen kinderen stilaan voorkeuren te ontwikkelen en stemmen ze hun gedrag op elkaar af. Vanaf 18 maanden ontstaan de eerste echte vriendschappen en rond de leeftijd van 2 jaar hebben de meeste kinderen een vriend.

Hoe kan je vriendschappen ondersteunen?

Peuters zijn voor hun vriendschappen afhankelijk van anderen en van algemene structuren. Ze kiezen bijvoorbeeld niet zelf wanneer ze naar de opvang komen en wanneer niet. Bovendien blijkt dat veranderingen in de omgeving, zoals een andere begeleider of een verandering van leefruimte, erg veel invloed hebben op de mate waarin kinderen contacten leggen met elkaar.

Om vriendschappen te kunnen ontwikkelen en onderhouden is het belangrijk dat kinderen tijd samen kunnen doorbrengen. Op welke manier zorgen jullie ervoor dat kinderen hiertoe de kans krijgen? Welke materialen, hoeken, verstopplekjes,… voorzien jullie?

Je kan als begeleider kinderen ook helpen om toenadering te zoeken tot elkaar. Je kan via gesprekken kinderen met elkaar in contact brengen of hen vanuit een spel tot elkaar brengen. Dit gaat het gemakkelijkste als je zelf meespeelt.

Peuters zijn nog niet in staat om iemand bewust uit te sluiten en van pesten is er op deze leeftijd nog geen sprake. Sta daarom soms toe dat een kind niet mag meespelen met twee vrienden. Op die manier kan de vriendschap tussen de twee kinderen verder groeien.

Wil je er meer over weten?

In het boek Babykunde vind je meer info over dit thema en andere thema’s, zoals huilen, emoties herkennen en samenwerken? Bij het boek zit een set posters om met kinderbegeleiders met deze inhoud aan de slag te gaan.